Blog Image

bike2japan

Holland-Japan trip

Van Noordwijkerhout tot Japan, via de langste omweg. (verhaal over het hoe-en-waarom komt misschien later)

GPS locatie

Ik probeer bij elke blog de actuele GPS locatie-coordinaten te geven.

Kopieer en plak deze in maps.google.com of in Google Aerth, dan weet je gelijk waar ze zitten.

Bezoek Honda

all Posted on Tue, July 20, 2010 23:17

Pietro heeft in Mongolia ontzettend veel zand en stof gereden. Zijn motorketting is tot op de draad versleten en om ermee naar Helsinki te rijden kan een risico zijn. Bij het uitrijden van Yekaterinenburg ziet hij een aanduiding van Honda en wil daar even langs om te vragen of ze een ketting en tandwielen hebben.

Het is een splinternieuwe Honda vestiging, joekels groot, maar alleen auto’s. We hebben de motoren nog nauwelijks op de standaard gezet, of twee managers komen naar buiten en nodigen ons uit voor een “business-lunch”. De motoren gaan in de werkplaats en een monteur die een hoek diverse motoren en quads beheerd begint aan Pieto’s motor te werken.

Twee uur later is een nieuwe kettingset gemonteerd, hebben we lekker geluncht en geeft de monter nog een demonstratie stunten op een quad. Hij gaat zo te keer dat hij zijwaarts over de kop slaat, maar heeft gelukkig niets. Pietro en ik maken ook een ritje met de quad. Dat ding is zo hoog opgevoerd dat we het bij een voorzichtig rondje op de parkeerplaats laten. Natuurlijk weer de verplichte fotosessie en hup de straat op.

Na Yekaterinenburg gestopt bij de scheiding van Asia en Europa, de foto’s staan op Pietro’s blog.

We naderen Kirov gestaag en ik maak telefonisch contact met Vladimir. Hij verwacht ons en wil precies weten wanneer we arriveren, omdat hij de pers heeft uitgenodigd en een programa heeft opgesteld voor het weekend.

Dat loopt effe anders, de nacht van donderdag op vrijdag stoppen we in een plaats genaamd Afasinoef (N58.86313 E053.24467), op 80 km voor Kirov. Aanvankelijk geen gastinitsa te vinden, totdat een paar jongens ons met de fiets bij een achteraf gebouw brengen. Een veilige plaats voor de motoren is er niet. De mannen in de plaatselijke kroeg weten wat we zoeken en wijzen een garage bij een houtzagerij aan. Dat is te er weg voor Seppo, die nog maar moeizaam kan lopen. Dan biedt een man op een bromfiets ons zijn garage aan, die zowat naast de gastinitsa ligt. In het dorp worden we getracteerd op eten en drinken, het soms ongelofelijk hoe vriendelijk de mensen op het land zijn. ‘S-ochtens ga ik naar de kapper, kosten 110 roebel (4 euro) en als we tegen 11 uur de motoren naar het marktplein gereden hebben en een eenvoudig ontbijt genieten komt de lokale pers (drie jongelui met camera en noteboek) ons intervieuwen. Het begint te wennen….. Onderweg nog in een meer gezwommen en zo tegen 18:00h rijden we Kirov binnen.



Novosibirsk

all Posted on Tue, July 20, 2010 23:07

Dit is weer zo een oversized Russissche stad, ditmaal bekend omdat het kerkje op de Lenina Prospect (alle Russische steden hebben een Lenin hooofdstraat met een 20 meter hoog beeld van deze grondlegger van de federatie) precies in het centrum van Rusland zou liggen.

Tegen het vallen van de avond haalt Katja (een roodharige Russische schoonheid en fotomodel), gezeten achter op een chopper, ons bij een koffiecafeetje op en maken we kennis met de motorclub.

Het wordt een gezellige avond, allerlei figuren uit de Russische motorscene maken hun opwachting, ook een alternatieve bottenspecialist die Seppo’s been op het terras komt onderzoeken. Deze paardenstaartdoctor haalt verdorie zomaar het door het Kemerovo ziekenhuis gepleisterde (en door mij omwille van de motorlaars gemodificeerde) gips van zijn been en begint heftg te kneden. Pietro en ik trachten hem daar vanaf te brengen, maar Seppo heeft er alle vertrouwen in, dus laat maar gaan.

We overnachten in het appartement van Katja en Sasjsa en bezoeken de volgende dag het ziekenhuis in Novosibirsk, waar Seppo weer nieuw gips krijgt. Hij kan nu een boek schrijven, genaamd “ziekenhuizen van UlanBataar tot Helsinki”.

Katja heeft bovendien voor Pietro een afspraak geregeld in het imigratieburo. Niemand in Rusland kan precies vertellen hoe het werkt, maar het schijnt belangrijk te zijn dat je binnen 3 dagen na binnenkomst in de federatie, een stempel op je immigratieformulier of in je paspoort krijgt.

De imigratieambtenaar zit er in joggingpak bij, het is namelijk zaterdag. Dan gaat deze gewichtigdoener met de rest van de wereld bellen, maar hij weigert om voor Pietro een stempel te zetten. Hij verwijst Pietro naar een hotel voor de gevraagde stepel, maar onze Italiaanse vriend is het beu en gaat op de grond zitten. Heeft natuurlijk gelijk als hij vindt dat deze speciale ambtenaar gewoon zijn werk moet doen, anders maar beter ontslag kan nemen.

De ambtenaar heeft het er moeilijk mee, loopt rood aan, zweet parels op zijn voorhoofd en hij wijst ons de kamer uit. Nou lekker niet, we gaan er met z’n drieen eens goed voor zitten en verlangen dat hij een brief schrijft waarin staat dat Pietro bij hem geweest is, dat hij niet bij machte is de stempel te zetten en de reden waarom hij dat niet kan.

De twee mongoolse secretaresses (die Engels verstaan) zitten gniffelend achter hun PC. De arme man, want ondanks zijn joggingpak ziet hij er maar weekdierachtig uit, bezwijkt en laat het gevraagde document door een van de meisjes opstellen. Met bijna fysieke kracht bewegen we hem daarna dit persoonlijk te tekenen. Katja en Sasjsa genieten van het schouwspel. In een luxe hotel krijgt Pietro tegen vergoeding van bijna 20 euro de stempel. Hoezo burocratie….!

Die avond Katja en Sasjsa getracteerd op een luxe diner, maar niet alvorens we het centrum van Novosibirsk bezichtigd hebben.

Tuurlijk de standaard pompeuse kollossale gebouwen uit de vorige epoche bewonderd, maar ook de zonnige pleinen waar de Russen hun zaterdagmiddag doorbrengen. De mensen zijn aardig tegen ons. Fotograferen is geen probleem, de dames die ik op de korrel neem poseren gewillig.

Nu ik al een paar daen uit de Russische federatie ben en wat foto’s terugkijk op, kan ik concluderen dat het vrouwvolk in Novosibirsk, alle andere bezochtte steden ver in de schaduw stelt. Blijkt ook dat ik meer met de ogen dan met de camera gekeken heb, want veel staan er niet op. Het is ongelofelijk en waarschijnlijk onverklaarbaar, hoeveel superlange, welgevormde, indrukwekkend geklede en hooghakkige djewoeska’s (juffouwen) in Novosibirsk in het “wild” over straat lopen. De Novosibirskse mannen (die niet om aan te zien zijn) weten niet echt niet hoe gelukkig ze zijn.



Het team is uitgebreid

all Posted on Tue, July 20, 2010 22:58

Het teambesaat nu uit Seppo, Huub en Pietro. Pietro is met Mark (de Australische Amerikaan) van oost naar west door Mongolia gereden en heeft in een dorpje in de Altay Republiek (deel van Rusland tussen Kazakstan en Mongolia) een zware tas en twee reservebanden voor Seppo opgehaald. Zijn motor is zwaar overbeladen en als hij woensdag bij het sporthotel arriveert is hij doodmoe en ziet er verwilderd uit.

Hij heeft een helse tocht door Mongolia achter de rug, met 3 lekke banden, veel regen, modder en ontberingen. Ik ben een beetje blij dat mij dit dankzij de voetblessure bespaard is gebleven.

Van Seppo weten jullie nog niet zoveel. Begin mei is hij met het eerste van 3 motorteams die Pamir mountain in Kirzigia willen bereiken vertrokken. Samen met Essa en Sakke (typische namen hebben die finnen) zijn ze van west naar oost door Mongolia gereden en al de tweede dag in het zand heeft Seppo bij een val zijn rechter kuitbeen gebroken. Heeft er dus tenminste 7 dagen mee doorgereden.

Pietro en ik hebben besloten om Seppo Olkkola thuis te brengen. We hadden na zijn verhalen over het Finse zomerhuis, de black-smoke-sauna en het vooruitzicht op elandvlees gegarneerd in Finlandia Wodka, niet veel overredingdkracht nodig. Bovendien ligt Kirov op de route, waar we Vladimir Alexandrovic Kislukhin en de plaatselijke IPA willen bezoeken.

Seppo is onderwijl druk in gesprek met ene Katja uit Novosibirsk, die voor de Essa een paar nieuwe koppelingsplaen voor zijn splinternieuwe Yamaha Tenere aan het regelen is. Volgende stop is dus Novosibirsk.



Dr. Erdal

all Posted on Tue, July 20, 2010 22:54

De gastinitsa in Mariinsk is en oud gebouw, weinig comfort of faciliteiten, maar de wat oudere gastvrouw is heel vriendelijk. Zij regelt voor de motoren een garageplek bij de autowasserette op de hoek.

‘S-avonds komt een Arabisch ogende kleine man een praatje met ons maken. Hij stelt zich voor als Eldar, is Kazak en rookt en drinkt lustig met (en van) ons mee.

Eldar draagt een joggingbroek en versleten overhemd en we schatten hem in op een vrachtwagenchauffeur, maar tot onze verbazing en ongeloof verteld hij dat hij arts is. Eldar wil de volgende morgen naar Seppo’s beenbreuk kijken.

Tegen 08:00h staat hij weer in onze kamer, nu in armani suit, gesteven overhemd, stropdas en glimmend zwarte schoenen. Hij ziet er gewoon indrukwekkend uit en voor de deur staat Serge, zijn persoonlijke taxichauffeur. Later blijkt dat Erdal eigenaar van de gastinitsa is.

Hij ziet het been van Seppo en vind de donkere verkleuring ernstig. Hij sugereert kans op amputatie en dat maakt indruk op de stoere Seppo. Erdal adviseert om zo spoedig mogelijk een ziekenhuis op te zoeken, bij voorkeur in Kemerovo, 150 km verderop. Erdal maakt van een stuk hout een soort spalk en verbind het been vakkundig. Gek genoeg wil hij niet vertellen hoe het ziekehuis heet en waar we het kunnen vinden. Als jullie in Kemerovo zijn bel je mij en dan wijs ik de weg. Voor vertrek samen met Erdal, de hotelhoudster en Serge op de foto en dan op weg naar Kemerovo, dat toch op de route ligt.

In Kemerovo bel ik Erdal en geef de telefoon daarna aan een taxichauffeur. Erdal geeft instructies en de taxichauffeur is bereid ons voor 200 roebel (6 euro) naar het ziekenhuis te brengen. De slimmerik, hij keert op de weg en rijdt dan de inrit van het ziekenhuis in, waar we al reeds voor stonden.

Foetsie 200 roebel? nee hoor, dit ziekenhuis accepteert geen vreemdelingen. De “slimme” taxichauffeur kijkt niet vrolijk, want we staan erop dat hij ons naar een ander ziekehuis brengt. Ver in het bos ligt een mooi ziekenhuis. De motoren gaan achter het hek en we melden ons bij de eerste hulp. In een mum wordt Seppo uit zijn motorpak en kleren geholpen en verdwijnt op rijdende brangcar in de afdeling rontgen. Ik zit in de hal, bewaak de spullen en help bij het invullen van de formulieren. En dan staat plotseling Erdal voor me.

“Wat een verrassing Erdal, hoe kom jij hier zo vlug?”

“Jij belde, dus toen ben ik met spoed met de taxi gekomen”.

“Honderdvijtig km met de taxi!?”

Shit, wat is dit voor slappe truuk, dit is niet normaal, oppassen dus.

Maar Erdal blijkt goed bekend in het ziekenhuis en regelt alles soepeltjes. De papieren, de kosten, het gips, de krukken en na een pittige discussie met mij, ook een gastinitsa in de stad, waar de motoren veilig staan.

Erdal beweegt zich als een directeur geneesheer door dit ziekenhuis, we snappen er niks van.

Erdal en Seppo gaan in de taxi en ik rij er met de BMW van Seppo achteraan. Goeiegenade wat is die fiets loodzwaar, als ik omval krijg ik ‘m nooit meer oevereind. De gastinitsa blijkt een splinternieuw sportcentrum, annex wintersportoord te zijn, waar we de enige gasten zijn. Het bot van Seppo is gezet en hij moet tenminste 5 dagen rust houden zodat het aanhechtingsproces kan starten. Het ziekenhuis heeft goed werk verricht, de rontgenafdeling in Helsinki bevestigt dit 3 weken later.

Nadat Seppo in de luxe kamer geinstalleerd is, haal ik met de taxi ook mijn eigen motor bij het ziekenhuis op. De Kawasaki loopt plotseling op 1 cilinder en ik heb moeite om de taxi naar het sportcentrum te volgen. De volende dag haal ik er een zwarte bougie uit met een klassiek kooltje tussen de electroden. Rot Russissche benzine.

Erdal neemt ook zijn intrek in het sporthotel, hij heeft alles met de directeur geregeld, verdorie wat is dat voor man!

Omdat de keuken gesloten is, ga ik met Erdal (in de taxi) boodschappen doen en roebels pinnen. Erdal zegt dat hij geen bankrekening heeft, hij doet alles cash en staat nieuwsgierig naast mij te kijken hoe ik geld uit de automaat haal. Met moeite kan ik mijn pincode voor hem afschermen. Die avond zitten we gezellig met zijn drieen te eten, te drinken (raden maar) en te praten. Erdal wil nog gegrilde kip en ook dat regelt hij met zijn mobiele telefoon gemakkelijk. Een taxichauffeur (Serge is terug naar Mariinsk) brengt een half uurtje later de heerlijk gegrilde kip.

Daarna rekent Erdal uit dat wij hem ongeveer 300 euro schuldig zijn. De spoedrit met de taxi van Mariinsk naar Kemerovo, de terugreis (per taxi want Erdal reist niet met bus of trein) de kosten van het ziekenhuis en de overnachting in het sportcentrum. Seppo maakt met Erdal een deal op 300 dollar die hij nog op zak heeft. Vervolgens speel ik de bank en wissel 250 dollar van Erdal om in roebels. Erdal betoogt dat hij de taxi morgen niet met dollars kan betalen.

We krijgen geen hoogte van deze figuur. Hij geeft geen duidelijk informatie over zijn werk, verteld niet waar hij woont, laat ons een 2 jaar oude foto van zijn zoontje zien, heeft geen internet of email, reist superlicht met slechts een mobiele telefoon en een pakje sigaretten en hij is een regelaar van de eerste orde.

Seppo en ik overwegen of hij misschien iets met de Russische maffia te doen heeft en besluiten hem zo gauw mogelijk af te haken. Dat blijkt niet gemakkelijk. De volgende ochtend wil Erdal dat ik hem over twee dagen opbel. “Sorry Erdal, ik bel jou niet meer op”. Hij snapt dit onmiddelijk en zegt: “bel me dan maar als je weer in Holland bent”. Erdal belt ons de dagen daarna verschilende keren, maar we nemen niet op. Hij belt ook een paar keer naar het sportcentrum. Op vrijdag, als Seppo weer ter been is, rijden we naar Novosbirsk, maar laten wijselijk geen info achter.

Al met al kunnen we niet bedenken waar Erdal mee bezig is. De twee dagen die hij voor ons in de weer is geweest hebben hem weinig geld opgeleverd, daar kan het dus niet om te doen zijn geweest. Hij is heel aardig, heeft klasse en stijl en contacten te over. Ik vermoed dat hij mogelijk arts is, maar tijdelijk een zwervend bestaan leidt vanwege bijvoorbeeld een echtscheiding ofzo. We nemen geen risico en negeren ook in de weken daarna niet op zijn telefoontjes.



Ieke de wereldreiziger

all Posted on Tue, July 20, 2010 22:47

Zaterdag 26e juni, tegen 20:00h rijden we Kansk in en direct onder aan de brug ligt een grote gastinitsa. De motoren mogen tot onze verassing spontaan in een grote afgesloten garage. De bewaker vindt het zonde om ze in de regen buiten te laten.

Het is feest, een groep , net afgestudeerde jongelui organiseert een eindejaarsparty. Ondanks dat we ons (om gezondheidsredenen ..ahum) voorgenomen hadden de wodka te minderen lukt dat niet. De Gallandets (Hollander) en Finlandets zijn zo’n beetje de attractie van de avond. De glazen worden goed gevuld, iedereen wil graag Engels of Duits praten en samen op de foto. De jongedames zijn goed gekleed, zonder uitzondering op hoge hakken en Seppo is geliefd. De jonge pas afgestudeerde ingenieurs zijn vriendelijk en lichtelijk aangeschoten.

Buiten, met een biertje in de hand, zie ik voor het eerst de door Seppo al eerder gesignaleerde vreemde motorrijder op de rotonde voor de gastinitsa rijden.

Verdorie, dat is een Yamaha SR500, zoals ik ooit voor Ola gekocht heb. Ook de enige motor die ik nooit had moeten verkopen. De man draagt een flapperend geel fietsregenpak en een ouderwetse jethelm. De bagagetassen zijn slordig in geel plastic verpakt. We zwaaien wild om zijn aandacht te trekken. Komop man, hier is het goed toeven, maar op mijn fluiten reageert hij slechts met een zwaaigroet en tuft dan (ja dat doet deze motor) uit het zicht.

Zondag 27 juni, vroeg op weg, we willen vandaag relaxt en niet te ver rijden. Dat lukt uiteindelijk niet, plakken er steeds een stukkie aan en na ruim 10 uur in het zadel strijken we vermoeid neer in het stadje Mariinsk. Daar ontmoeten we Eldar, een heeeel misterieuse man, waarvan later meer.

Op weg naar Mariinsk heb ik de SR500 rijder bij een tankstation zien lopen. Na de stop voor een behoorlijke maaltijd, zie ik hem weer ver voor ons rijden. Wat een vreemde snuiter, hij slipstreamt (uit de wind rijden) voorovergebogen met flapperende jas, vlak achter een vrachtwagen. Naast hem gekomen, gebaar ik dat we een praatje willen maken en rijden daarna het eerstbeste tankstation op.

Hij heet Ieke, is Japanner en praat slecht Engels.

Iekke is onderweg van Vladiwostok naar Europa. Hij start zijn antwoorden telkens met “Aaaargh”, dat klinkt als een Samoerai strijdkreet en voegt regelmatig een grappig “Oejoei” er aan toe. Zijn mimiek is heel levendig.

“Hallo Iekke, dit is Seppo uit Finland en ik ben Umberto (dat is gemakkelijker dan Huub) uit Holland”.

Aaaargh Gallanda….oejoei!

Aaargh Finlanda….oejoei!

Waar gaat de reis heen Iekke?

Aaaaargh….Europa, Francia….how many kilometers??

Nou ik denk nog zo’n 6.000 km.

Aaaargh..oejoei, and Ollanda?

Denk ongeveer dezelfde afstand.

Aaaargh…oejoei..many many kilometers.

We kunnen ons lachen maar moeilijk bedwingen, maar respect hoor, dit is een motorrijder pur sang! Ieke rijdt op zijn slow-motion-Yamaha-single SR500, zomaar dwars door Asia en naar Europa, maar hij geen idee heeft hoe ver dat is. Hij bezit geen kaart waar zijn reisdoel op staat. Zijn kleine motor is in bar slechte staat van onderhoud. De cordura zijtassen hangen er met touwtjes aan, een paar plastic riemen smeulen op de uitlaat. Om de tas tegen smelten te beschermen heeft hij er wat takken onder gebonden. (Alles door mij minitieus, gefotografeerd, anders geloven jullie mij nooit) Bovendien, Ieke heeft weinig geld en dat is te zien. Hij heeft geen motorpak maar een aftands jack en een soort katoenen broek die waarschijnlijk uit de legervoorraad van de 2e wereldoorlog stamt. Op zijn jethelm is een geel bubbelscherm geklikt, eentje uit het motormuseum. Ieke gaat niet mee naar een gastinitsa, om de kosten te drukken kampeert hij langs de weg en klaagt dat hij door de muskieten opgegeten wordt. Vraag maar niet wat hij zoal eet.

In zijn verfrommelde Asia reisboek schrijven we onze thuisadressen en verduidelijken hem dat hij welkom is. Mocht dat gebeuren, dan zorg ik persoonlijk dat deze figuur, zo weggelopen uit The Motorcycle Diaries, in de krant en op Tv komt. Samen op de foto, nou Ieke tot ziens dan maar en goede reis. Aaaargh…sayonara, knik, buig, handshake, kickstart en plof plof plof, Ieke is weer onderweg.



back to USSR

all Posted on Tue, July 20, 2010 10:42

Het is woensdag 23 juni en het “limping-team” bestaande Seppo en moi vertrekken zo tegen 11:00h naar de grenspost Mongolia-Rusland, 300 km noordelijk. Gisterenavond, buiten in Oasis een gezellig afscheidsfeestje gehad, waarbij de internationale motorelite is aangeschoven en tenminste 4 flessen (Djengis Kahn Gold) verdwenen zijn. Ik lag er redelijk vroeg in, maar Djengis doet zich toch in het koppie gelden. Het is warm en wordt nog warmer! Kort bij de Russische grens meet de BMW van Seppo 43 graden celsius buitentemperatuur. Zolang je rijdt valt het mee, maar in de dorpen en stadjes, waar het soms stapvoets gaat, zuigen de motorpakken zich vol zweet. Tegen 19:00h is het hek van de grenspost in zicht en…het is gesloten. De Mongolia kant is om 18:00h dicht gegaan en aan de Russische kant werken ze nu de laatste passanten af. Bij het hek spreken we een jonge douanier, genaamd Zol (heel toepasselijk, want in het Duits betekent Zoll, douane) die wijst naar een hotelletje aan de overkant, zijn vriendin werkt daar. Het is een aardig, primitief en goedkoop onderkomen, waar we later op de avond Zol op een biertje tracteren. Je weet maar nooit hoe het te pas kan komen.

Donderdag 24 juni, 08:00h gaan we door het hek en twee uur later zijn we weer in Rusland. Probleem bij het verlaten van Mongolia is dat mijn tijdelijke Mongoolse invoerpapier van de motor blijkt verwisseld te zijn. Het is van iemand anders en geldt voor een auto. Omdat het een drukke rommelige bedoening is en een Mongoolse douaniere (dame dus) al een papier van Seppo had kwijtgemaakt, grijp ik mijn kans en bluf dat ik haar alle papieren overhandigd heb. De Mongoolen maken zich kwaad, maar ik hou voet bij stuk en dan wuift eentje me door, met een gebaar van wegwezen jij. Gebruikelijk is dat bij ontbreken van dit pampiertje, een paar honderd dollar betaald moet worden.

We rijden weer in Siberia en de temperatuur is gelijk een stuk frisser. Qua temperatuur was het in Mongolia warmer dan verwacht, ondanks dat het land vrijwel overal boven de 1000 meter ligt. Gek eigendlijk dat nauwelijks 100 km verder het klimaat zo verschillend is. Die avond logeren we in het bekende houten huis met de “gevaarlijke” herdershond aan het Baycalmeer en vieren mid-summer-night (24 juni in Finland) in het ernaast gelegen hotel dat 3 dagen geleden geopend is. Nemen er een wodkaatje op, de medicinale soort natuurlijk.

Volgende dag, in de buurt van Irkutsk in een dorpje gestopt om de bankautomaat te plunderden, want in mongolia mag je niet veel Rubels meenemen. De automaat is net leeg, we moeten wachten totdat twee bankdames deze weer gevuld hebben. Tijdens dit wachten, nodigt een lokale motorrijder ons uit voor een bikertreffen dat morgen plaats vindt in de buurt van Irkutsk. Omdat we door willen rijden slaan we dit af…stom hoor, zo’n kans krijg je niet vaak!

Als limping-team rijden we lekker door. We stoppen weinig en als al, dan heel efficient. We combineren zo veel mogelijk het tanken, eten en de sanitaire verplichtingen en denderen over de slechte wegen zo maar door tot Tulun. Daar een redelijke gastinitsa gevonden en omdat het laat is, wat eten gekocht in de winkel ernaast.

Die nacht begint het flink te regenen en dus de volgende ochtend volledig in plastic pak op weg. Niet dat je daar echt droog bij blijft, de transpiratie verzamelt zich namelijk aan de binnenkant van het pak. Maar je wilt ook niet het motorpak volledig laten doorweken, dat is binnen een week nauwelijks droog te krijgen.

Mijn motorpak is sowieso al lang niet meer waterdicht en in feite betwijfel ik dat een ademend motorpak op de lange termijn waterdicht is. Het zitvlak gaat altijd als eerste lekken, daarna de binnenkant van de broek waar deze tegen de tank drukt. Ten slotte slaat hevige regen door het hele pak en verzamelt zich een liter water in de dubbele zoom van de jas. Ben daarmee in Engeland eens een tankstation ingelopen en liet een spoor water achter waar de eigenaar niet vrolijk van werd. Stelling: Is het waterdicht dan ademt het niet en wat ademt is niet waterdicht.

De weg is beter, in de afgelopen weken zijn de meeste gaten in de weg gerepareerd en de slechte stukken weg, die twee weken geleden zo stoffig waren, zijn nu een slijmerige modder- en stenen brei. Maar het rijden daarop valt best mee. De Kawasaki wint een paar kilo aan moddergewicht en onderweg moet ik de koelribben een paar keer met een stuk hout schoonsteken zodat de motor voldoende gekoeld wordt.



Mongolia

all Posted on Wed, June 23, 2010 03:01

Zaterdag 12 juni,

de grens met Mongolia bij Kyakhta (N50.35063 E106.45006) is open en we zijn na ongeveer twee uur, van loket naar loket en vele stempels en documenten verder, klaar om Mongolia in te rijden. Niet nadat een douanier ons zijn kawasaki 400 4-cilinder heeft getoond en ik hem de werking van de benzinekraan heb uitgelegd. Pietro en ik rijden beiden proef op het vehicle, niet zonder levensgevaar, want het ding is werkelijk aftands. Ik wist niet eens dat dit type bestond. Nadat ik een Rabo pennetje heb weggegeven, verzamelen de ambtenaren zich in grote getalen en deel ik met gulle hand uit.

Die dag rijden we flink door, het is mooi zonnig winderig weer en dit is het gedeelte waar asfalt ligt, daar moet je van profiteren. Onderweg treffen we halverwege bij onze eerste koffiestop een Schots echtpaar op de fiets, die met hun twee zoontjes van 4 en 5 achterop, vanuit China onderweg zijn naar Europa. Kate verteld dat ze later het vliegtuig pakken naar Amsterdam en dan over de fietsroute langs de Noordzee naar Zeebrugge rijden om vandaar terug naar Engeland te gaan.

Jullie komen dan langs Noordwijkerhout, wil je pauze maken, meld je maar op Westerhout 14, ik weet zeker dat Grazyna jullie ontvangt en alle verhalen wil horen. Kampeertip, de natuurcamping Ruigenhoek (tussen Jan z’n patatwagen en het zweefvliegveld). Edward tekent nog een kaartje om het geusthouse Oasis in UlaanBataar te bereiken.

Tegen 20:00h ligt de hoofdstad UlaanBataar voor ons in de vallei. Het is dan inmiddels guur koud, de wind draait om ons heen en boven de stad hangen donkere dreigende wolken. Vanaf het plaatsnaambord tot de Oasis vechten we ons door 22 km verkeer. Rijden als een Mongool heeft nu betekenis. Met knarsende, krakende, knallend en steunende auto’s worden we links en rechts ingehaald, van ons plaatsje in de file gedrukt of gewoon weggetoetert. Wie het brutaalst is of de meeste herrie maakt, heeft voorrang. Verkeerslichten betekenen weinig meer dan de straatverlichting en voetgangers steken her en der met doodsverachting tussen het verkeer over. Moeders met baby op de arm, kinderen tussen 5 en 12 jaar, meisjes die er spik en span uitzien en de mannen…in alle staten van dronkenschap, lopen lallend en enthousiast wuivend recht op onze motoren af.

Met het kaartje dat Edward getekend heeft (dat perfect blijkt te zijn) gaat het door de stad. Pietro stopt om de weg te vragen, maar dat loopt zo uit de hand dat hij gas geeft en wegstuift. Waarom?..Op het moment dat hij stopt en de aandacht van een man krijgt, blijkt deze goed lazerus te zijn en een stuk of vier van zijn op dezelfde wijze geconserveerde companen hangen gelijk over het stuur, zadel en de tank van de motor. Allemaal goed bedoeld om de kaart te bekijken, maar ook met hun mongoolse patatten overal aan te zitten. Onderwijl stuiteren de motoren door de bij donker slecht zichtbare gaten en kuilen. Het meest gevaarlijk zijn de minibusjes. Stoppen rechts van de weg, schreeuwen hun bestemming en wringen zich zodra vol, zonder richtingaangeven of kijken, plotseling tussen het verkeer. Dit is qua verkeer het gevaarlijkste dat ik tot nog toe gezien heb. Sofia en Istanbul komen hierna op respectievelijk 3e en 2e plaats.

Eindelijk doemt achter het tankstation het bord Oasis op, maar we zijn nog niet binnen. (N47.91139 E106.98132)

Door de overvloedige regen van de afgelopen dagen hebben zich in het straatje diepe poelen water ter groote van en visvijver gevormd. Pietro duikt erin…tot aan de assen… en bereikt het schuifhek dat al bij het horen van de motoren opengeschoven wordt. Ik zoek de kant van deze meertjes op en bereik minder spetterend de binnenplaats. Daar staan achterin 6 Mongoolse Ger’s, een aantal motoren, jeeps en andere veortuigen. De eigenaresse Sybille meldt zich per telefoon en ik krijg instructies hoe een en ander werkt, in het Engels. Maandag daarna blijkt dat zij Duitse is, die met haar Oostenrijkse man Rene al 15 jaar in Mongolie bezig zijn. Het onderkomen is van prima kwaliteit. We kunnen slapen in de autentiek Mongoolse Ger (grote ronde tent van het nomadenvolk) en kunnen ‘s-morgens warm douchen en wat eten. Wel de consumpties zelf op de lijst bijhouden.

Zondag is rustdag, sowieso is alle druk van het reisgebeuren af, omdat we ongeveer 20 dagen voor Mongolia hebben uitgetrokken. Nadat drie Duitsers (Ossies) diverse GPS punten uit Rusland hebben overgeschreven, vertrekken ze op hun splinternieuwe, overbeladen beladen BMW’s. Hun plan lijkt ons niet realistisch, ze willen in 11 dagen naar het westen rijden en weer terug, maar weten wij veel.

We onderhouden de motoren, overwegen wat routes en bezoeken vol verwachting Ulaanbataar in de warme zon. Eenmaal uit de bus (ook de grote types rijden volgens het brutaal-schreeuw-toeter principe) ga ik voor een banaan aan een straatstalletje en wordt 5 minuten later op klassieke wijze beroofd van mijn Rabopasje plus 10.000 Toeretec (5 euro). Dom ook om bij de bananenstal te laten zien dat ik het bankpasmapje in het voorvak van de rugzak stop…nog dommer om hem daar op te bergen. Klassieke werkwijze; in een grote winkel loopt een man tegen mij aan en Pietro zegt me direct daarna dat de rugzak open staat. Telefoontje naar Interhelp om de pas te blokkeren en gelukkig heb ik in de kawasaki een ING betaalpas verstopt voor dit soort gevallen.

UlaanBataar is Mongolia’s hoofdstad met meer dan 1 millioen inwoners. 15 jaar geleden reed hier nog paard en wagen, nu vervangen door het het waanzinnige verkeer. In de oude stadsdelen staan afzichtelijke schots en scheef gebouwde flatblokken. In het centrum zijn een paar mooie pleinen, centraal het prachige Sur-Bataar met de breedbeeld standbeelden van Djengis Khan. Eromheen verreizen nog een paar glazen multi-etage paleizen. Alles niet meer dan een dagje site-seeing waard. Bezoeken nog een touristische boedhistische tempel, waar het maken van een foto 5 dollar kost en een paar monniken demonstratief devoot rondwandelen. Maar ik heb ze ook stieken in een auto zien wodka drinken.

De Mongolen in de stad zijn zeker geen afspiegeling van de bevolking in het land. Je herkend er wel de herders in, maar ziet ook dat deze mensen in een probleemgebied beland zijn. Waren het in de bergen volledig milieuvriendelijk nomaden, die geen enkel vuilnis probleem kenden, eenmaal in de stad, is het eerste probleem dat er geen stromend water is en toiletten zijn hun evenmin bekend. Oasis heeft een eigen 60m diepe put geslagen en bezit fris drinkbaar stromend water. De minder gelukkigen zijn aangewezen op plastic flessen. Tweede probleem is dan de afvoer van deze flessen, waarvoor het gros de boel maar verbrandt en dat gebeurt alom. Afvoer op de reguliere weg is duur, verbranden is eenvoudig, maar als de wind verkeerd staat stink de stad naar plastic.

Wat kan ik verder van deze stadsmensen vertellen. Ik zie het verschil met Chinesen niet, klein van stuk, stevig gebouwd, met korte beentjes en spleetogig natuurlijk. De mannen komen agressief over, lopen breed en kunfu-achtig en zijn stoer en cool gekleed. De dames zien er buitengewoon goed uit (afgezien van de korte benen), lopen er sexy bij, maar er kan geen lachje vanaf. Ook fotograferen wordt veelal geweigerd, ondanks mijn beminnelijke glimlach (nr 5 en 6). Kinderen zijn schattig en worden opgetut en verwend met snoep- en speelgoed. Toppunt, een vader die zijn dochtertje in een radiografisch bestuurd jeepie over het plein rijdt.

Nog even terug naar de auto’s. Behalve dat de volledige afdeling verkeerspecialisten ‘s-nachts badend in het zweet wakker zou schrikken van de erbarmelijke technische staat, is de belading ook het vermelden waard. Personenauto’s zijn volgepropt met familie, waarbij de kleintjes in grote getalen op schoot met de neus tegen de voorruit zitten. Motoren (Chinese cloon) worden met 3 of 4 man bereden, waarbij….weer de kleintjes…tussen pa en moe ingeklemd zitten. Heb ik dat in de 60’er jaren niet ook in Nederland gezien? De state of mind van de bestuurder doet niet ter zaken, want deze wordt efficient verdoezeld door de genuttigde alcohol. Op pick-Ups en alle soorten van aftandse trucks worden goederen maar ook beesten, koeien, schapen, geiten en kamelen vervoerd. Deze beesten staan niet zelden gewoon vastgebonden op de lading hout ofzo en kijken glazig over de kabine naar deze snelbewegende wereld.

Maandagochtend gaat het de stad uit. Dit neemt mede vanweg het zoeken naar een bankautomaat, ruim twee uur in beslag. Ik ben rijk, heb van ING zojuist 500.000 Toeretec gepind. De weg gaat westwaarst en de weidse groene glooiende vlakten, onder schitterende luchten, spreiden zich achter elkaar voor ons uit. Aanvankelijk is er goed asfalt, maar al rap nemen de grote gaten in meerderheid toe en gaan geleidelijk (of onverwacht boven op de knip) over in totaal ontbrekende stukken weg. Ongeveer 150km verder is het alleen nog maar veldweg. Deze is soms redelijk goed te bereiden maar meer als gemiddeld 30 kmh is niet mogelijk. Tegen de avond op zoek naar een kampeerplaats rijden we op goed geluk naar een eenzame Ger op de berg. Tot onze verbazing worden we direct uitgenodigd in de Ger voor Tjay, broodkoekies en stukjes geitenkaas. De originele Mongoolse thay is niet te drinken. Het is een mix van thee met zout en geitenmelk en als we daar niet ze scheutig op zijn, krijgen we andere thee. Verder verse kaas, nog in vloeibare vorm, stukjes vlees en melk direct van de koe. De taal zijn we niet machig, maar met een stuk papier en wat tekeningen vraag ik of het akkoord is om bij de Ger te kamperen. Buiten wordt een plaats aangewezen en ook de motoren moeten daar staan, want anders zullen de geiten deze omknikkeren.

Het is niet gebruikelijk, zelfs uitzonderlijk om in een originele Ger te worden uitgenodigd. Het gezin bestaat uit vader Bord, Moeder Sarah en de zoons Sata en Minde. De dochter Solana zit in UlaanBataar op school en wordt met de GSM gebeld om het nieuws van de bezoekers te melden. Sarah is 40 jaar oud en melkt koeien en geiten in ons bijzijn. Ze is bovendien bijzonder handig met het vuur en de pannen. De jongens vangen als volleerde cow-boys de jonge kalveren in en als het schemerig wordt komt ergens vanuit de bergen een enorm grote kudde geiten en schapen aan. Bord laat mij trots zijn certificaat van 1000 stuks zien! Pietro rijdt volleerd op een paardje rond, ik bedank voor de eer, een keer in Belgia “on a horse with no name” was genoeg voor dit leven.

Na het opzetten van onze tenten zitten we nog gezellig in de Ger bij elkaar, kijken het foto-album (verplicht) en nadat Bord zijn mooiste Mongoolse tuniek met gouden sjerp heeft aangtrokken poseert de familie gewillig.

Die nacht waait het hard en ‘s-morgens maakt de regen ons niet erg blij wakker. Tegen half negen, na afscheid van de familie, weer op weg naar het klooster bij Hartorin. Na een uur rijden pakt mijn voorwiel een kruiwagen zand en na verwoed trachten hier vanaf te komen, val ik bijna stilstaand, met een sierlijke pas-de-deux naar rechts om. Mijn rechtervoet wordt tussen zand en koffer gepakt en naar links verdraaid. Ik voel (en meen te horen) dat er iets knakt en denk “oei..dat is einde trip”.

Blijkt half zo erg, kan lopen en rijden, maar het doet een beetje pijn. In het volgende dorp de laars uit, dan blijkt dat de enkel flinkt opzwelt. De pijn neemt toe en we besluiten naar Ulaanbataar terug te gaan, want in dit middle of nowhere is niets van hulp te vinden. Halverwege treffen we de twee hollandse motorrijders aan die dezelfde route rijden. Een blijkt gepensioneerd huisarts en stelt een paar afgescheurde of opgerekte enkelbanden vast. Paar dagen rust, intapen en kijken of het weer gaat. Mongoolse zand en veldwegen zitten er niet meer in.

Ben dus nu al twee dagen in ruste….moeilijk hoor, maar de voet is niet meer zo gezwollen en ik kan er goed op steunen. Pietro is met de Duitse motorman Thomas een paar dagen naar het oosten, voor een paardrijtocht en natuurreservaatbezoek. Als hij maandag terug is zien we verder. Denk dat voor mij de doortocht van oost naar west Mongolia er niet meer in zit.

Het is nu maandag 22 juni en ik ben nog steeds in Oasis.

Vrijdagmorgen waren mijn tenen van mijn rechtervoet blauw en daarom naar een van de lokale ziekenhuizen. Cora, een Mongoolse die in Duitsland gesudeerd heeft treed op als vertaalster. Ze is goed bekend in het ziekenhuis, omdat ze vorig jaar daar aan een gecompliceerde beenbreuk geholpen is. Ooit heb ik een Pools ziekenhuis bezocht en dit lijkt er veel op. Het gebouw ziet er gammel uit, de trappen zijn gevaarlijk en eenmaal binnen lijkt het een film van voor de oorlog. Beide zijden van de gang zitten mensen (veel kinderen), al dan niet met links en rechts bandages e.d. Het ruikt niet fris, de muren hebben een verfje nodig de stoelen en bedden zijn roestig. Cora loopt resoluut door naar een kamer links, waarin twee rijen wachtenden verdwijnen. Daar zitten aan het eind 3 artsen achter een tafel. Zij roept iets en beide rijen wijken uiteen alsof de schah van Perzie binnen komt. Alle drie de artsen richten hun onverdeelde aandacht op mij. Volgens mij riep ze “ik heb hier een stinkend rijke Hollander die jullie veel geld kunnen afpakken”.

Na enkele deskundige blikken op mijn veelkleurige gezwollen voet, direct door naar de rontgen, twee kamers verderop.

Weer wordt er vlot plaats gemaakt voor deze VIP en 10 minuten later met de foto’s terug naar de heren en dame doctor. Rontgenmaschien is een afdankertje uit de sovjet Unie en maakt allerlei onheilspellende knars- en piepgeluiden als de assistente achter de loden deur verdwijnt. Als dat zware geval maar niet op mijn poot valt, dan ben ik nog verder van huis….hoewel 6.500 km is echt al een eind weg. Blijkt dat mijn kuitbot, vlak boven de enkel gebroken is. De scheur is niet geheel door, men noemt het een Verse-twijg-breuk.

Gips?? Dacht het niet, daar kan ik niet mee motorrijden. De jonge doctor kijkt me ongelofelijk aan en begint dan te lachen. Zo van: “die motorrijders zijn ook knotsgek”, hetgeen ik graag bevestig. Hup Huub, door naar de apotheek om een brace te kopen. Heb de keuze uit twee, en kies de langste. Retour medicijnmannen en…een kleine dikke gemaskerde (bedoel operatiekapje) Mongool, waarschijnlijk chef, die gehoord heeft dat er wat te verdienen valt, heeft de blinde darm even met een knijpertje vastgemaakt en gaat er eens voor zitten om mij de brace aan te snoeren. Is een soort corsetconstructie met veters….ho ho…de voet moet er wel aan blijven zitten. Iedereen lacht, het is betaaltijd. Omgerekend € 6 voor de foto (daar doen ze bij ons het licht niet eens voor aan) €20 voor de brace en €45 voor de de kleine zorro. De dagen daarna zijn vakantie en omdat ik zo’n constante factor ben in Oasis en zij bezoek uit Duitsland heeft, bevorderd Cybille mij tot interim manager en die zaterdag en zondag verdien ik zomaar koffie en een originele Schwarzwalder Kirsch punt.

Het loopt harstikke vol in Oasis, 6 Australische motorrijders, 3 Finnen, een zwikkie Duitsers en nog wat rugzakjongelui die met de trein van- of naar China reizen. De huizenhoge BMW’s zijn goed vertegenwoordigd, maar ook met de meeste problemen. Lossittende bouten van het complexe stuursysteem en zelfs een van de achtervork afgebroken ophangpunt voor het veerelement.

Het bolderd allemaal het schuifhek binnen. De vijvers daarvoor zijn onderwijl opgedroogd.

Dan komt het afstappen van deze meestal oude mannen (gemiddeld boven de 50) Dat gaat moeizaam, stijf gezeten, smerig tot in de oogharen en waarempel tenminste 3 bewegen zich mij naaapend strompelend voort.

Een Duitser, met paniek in de ogen van de geleden verschrikkingen heeft dezelfde klachten als ik. Rontgen…nee hoor, stel dat het gebroken is, moet maandag weer door…en dat doet ie ook. Seppo een bast van een Fin, 48 jaar oud, laat een heel zwaar beurse plek op zijn rechteronderbeen zien. Seppo is net als ik in het zand gaan liggen, maar dan met flinke snelheid.

Zondagmiddag blijkt dat Mark, een Amerikaan van het Australische team, maandag alleen verder door Mongolia wil rijden, hij moet over 20 dagen in Zeebrugge zijn. Ik stel Pietro voor dat hij met hem mee kan rijden, ik doe met dit pootje de Mongoolse pistes dit jaar niet meer, maar ik kan wel via de weg of de trein over 10 dagen in de Altay republiek (speciaal stukje Rusland tussen Mongolia en kazakhstan) om hem daar ontmoeten. Heb dan wat geneestijd en hij kan de volledig geplande route rijden, waarom stilzitten.

Zo geschiedde, Mark en Pietro zijn gisteren (maandag 21) samen naar het westen getogen. Informatie bij een transportonderneming, om met motor en al, per trein naar Novosibirsk te gaan lopen op niets uit, te ingewikkeld en te duur, men ruikt weer dollars.

Nadat dit stel door de poort verdwenen is, drink ik met Seppo, die met mijn ouderwetse perfect werkenden Nokia naar zijn Finse ega mag SMS’en, een biertje. Dan blijkt dat Seppo ook over de weg naar de Altay wil omdat daar zijn nieuwe motorbanden en spullen liggen. Ligt voor de hand dat wij mankepooten dan samen rustig in die richting kunnen gaan. Seppo heeft wel veel last van zijn blessure en voelt er ook voor om maandag rontgen te laten maken. Herman de Boer, een naar het noorden van Nederland getogen bottenchirurg uit Heerlen, annex 1948’er HD-rijder, annex sleutelaar, die ik ooit tijdens een HD treffen in Belgie ontmoet heb, heeft mij gevraagd om nog een rontgenfoto van de zijkant te laten maken voor beter advies. Met een flesje wodka (bier is slecht voor de genezing..toch!) bezegelen we de plannen.

Disdag, ander ziekenhuis, ziet er heel ordentelijk uit. Rontgenfoto’s maken, gaat ook gewoon op de beurt en vlot. Mijn foto is pas na 3 pogingen goed en kost weer €6 .De foto van Seppo laat een echte breuk van zijn kuitbot zien. De stukken staan na 9 dagen (waarvan 7 op de piste) nog steeds los van elkaar. Gips?..dacht het niet, daar hebben wij motorbikers een broertje aan dood. Het is nu wachten op de adviezen van Herman of we morgen kunnen vertrekken. Niet dat we ons door een negatief advies laten weerhouden hoor!

Herman heeft gereageerd. Hij weet dat we gaan rijden en geeft aanwijzingen voor inpakken van de beschadigde plekken en adviseert Seppo om binnen 2 weken in Finland chirurgisch te laten ingrijpen. Wordt voor Seppo toch nog een krachttoer.

Dus Voor mij eindigd Mongolia hier, tenzij er morgen in de 300 km naar de grens wat bijzonders gebeurd.

Volgende blog: Rusland deel II



Rusland deel 1

all Posted on Fri, June 18, 2010 15:24

Het is zaterdag 5 juni en Andrey begeleidt ons de stad Barnaul uit. Daarna rijdt hij ruim 60 km met ons mee tot de afslag van een niet op de kaart staande mooie weg, waardoor we miljoenenstad Novosibirsk niet door hoeven.

De banden zijn gisteren rond 15:00h aangekomen (just in time) en nadat we de wielen uit de motoren hebben gehaald en schoongemaakt, naar de bandenspecialist gereden. Een klein bedrijfje, waar ik met bewondering kijk hoe een jonge rus met grote zorgvuldigheid de banden monteert. Van het balanceren op een ogenschijnlijk moderne electronische maschine ben ik niet zo enthousiast. Hij plakt vanwege vermeende dynamisch onbalans (techneuten weten wat ik bedoel) links en rechts 45 en 700 gram lood. Een spaakloodje van 25 gram had het ook gedaan, het is namelijk het achterwiel en onze snelheid komt nauwelijks boven de 100kmh uit. Vertel dat in het race-paddock de simpele balanceerstandaard gehanteerd wordt, maar daar wil hij niets van weten.

Die avond Andrey en Natalia (roepnaam Natasja zoals de helft van de Russische vrouwen) uitgenodigd in een semi Japans restaurant voor een uitgebreid en gezellig eten. Met Andrey rekenen we af en dan blijkt dat hij voor zijn inspanningen niets wil hebben. Natuurlijk wel wat gegeven.

Nog iets over het motorrijden in Rusland;

Zoals ik het nu inschat is in de hele Russische federatie waarschijnlijk geen enkele motorzaak van het niveau van b.v. Motoport te vinden. Er wordt ook niet veel motor gereden, de wegen, het weer en het korte zomerseizoen nodigen daar niet voor uit. Het zijn meestal kleine rommelbedrijfjes die via onduidelijke kanalen allerlei tweedehands motoren importen. Behalve de abimonabele Russisiche merken zoals Ural, Dnjeper en Minsk, zie je dan ook een allegaartje aan japanse choppers, racers en ander spul. Dit motorpark verkeert in alle staten van onderhoud en zonder uitzondering maken ze een hoop herrie.

Service en onderhoud zal ook navenant zijn. Andrey, een motorman van de harste soort rommelt veel met scooters, heeft in de huiskamer b.v. 4 dozen nieuwe zuigertjes staan en andere kleine onderdelen. Hij laat ons foto’s zien van zijn winterse trip naar het 2.500km verder gelegen Snowdog treffen, dat hij met een 10 jaar oude Honda scooter met aangelast zijspan, bij 20 graden minus, bezocht. Eerste prijs voor de langste afstand is een uniek gegraveerd jachtmes, dat hij ons trots toont.

Wat als je als Russische motorrijder in problemen komt?

Op enig moment heeft iemand van een forum het initiatief genomen om een zogenaamde “helplist” op te stellen en die functioneert door heel Rusland. De Russische vertegenwoordiging van Heidenau banden b.v. heeft via deze Helplist Andrey gevonden. Dit verklaart dat men de banden verzonden heeft zonder ons een adres van Andrey te kunnen geven, slechts een telefoonnummer. De banden lagen vrijdagmiddag gewoon te wachten bij een distributiecentrum.

Dus als we hierna een motorprobleem in Rusland hebben, contacten we Andrey en die geeft ons dan het dichtbijzijnde adres van de Helplist. Tjonge, ik krijg er een warm gevoel van. In de 70’er jaren, toen in Nederland nog maar 40.000 motoren op straat waren (nu meer dan het tienvoudige) heb ik ook een paar keer hulp gekregen van de eerste de beste motorrijder die voorbij kwam. In de regio Nijmegen kenden alle motorrijders elkaar. Voor mij, vanwege mijn ambtelijke baan, niet altijd positief, er was ook wat gaaies tussen. Het groeten van motorrijders stamt uit deze tijd. We voelden ons een uitstervend soort en waren op elkaar aangewezen. Toen groetten nog zelfs BMW rijders terug. Deze species is nu naar een hoger niveau doorge-evolueerde en kijkt strak voor zich uit. (niet allemaal).

Mag ik nog even iets over de Russische auto’s zeggen?

Het merendeel is import, dat via Vladiwostok direct van de Japanse tweedehands markt komt. Deze hebben RHD (right-hand-drive=met het stuur rechts in de auto) maar daar maalt, behalve de regering, niemand om. De beter gesitueerden rijden de dure Duitse merken, onder het mom, dat zijn de beste. Gaat echt niet op voor dit wegennet, want de Autobahn cruisers zijn niet gebouwd voor het ruige werk, dus ook daarvan leven de schokbrekers niet al te lang en zie je de wielen wild dansen. De inlandse automobielen (duidelijk in de minderheid) zijn voor mij onbekende lompe merken, groot en zwart, na-apers van mercedes en dan natuurlijk massa’s Lada’s en diverse Fiat-cloons uit de 70’er jaren. Russen hebben geen hoge pet op van de kwaliteitsstandaard van de eigen merken en ergeren zich aan de etra belastingen die op import geheven wordt en vooral aan de pogingen om de RHD auto’s uit te bannen. Bumperstickers vermelden: “fucking Russian roads” of “ik betaal belasting, waar zijn de wegen!”.

Terug op route, richting Mongolia.

We rijden in drie dagen naar de plaats Irkutzk nabij het Baycal meer. (GPS N52.28140 E104.28216) met overnachtingen bij Kraznoyarsk (N55.94675 E93.57170) en Alzamay (N55.55428 E98.62059)

De weg waar Andrey ons naar toe heeft gebracht, is een strakke bijna 200km lange goede weg, gelegen op een voormalig treintracee, met bochten die kilometers lang doortrekken en waar je dus minuten in kunt hangen. Hier ontvouwt zich voor ons voor het eerst Siberia in zijn mooiste vorm. Glooiende heuvels, oneidige vlakten, scherpe horizonnen en alles bekleed met vele soorten bomen, grassen en planten. Ongelofelijk veel groene tinten. Snap niet dat ik dit niet gefotografeer. Misschien omdat ik diep onder de indruk ben en het behoorlijk koud is. Daarna wisselt de kwaliteit van het wegdek tot aan Mongolia en soms zijn stukken van 20 tot 30 km opgebroken. Kan daar inmiddels goed mee omgaan en wat het meer acceptabel maakt dan Kazakhstan is; hier wordt tenminste aan de weg gewerkt.

Irkutzt bereiken we tegen de avond en de politie (jazeker) tipt ons de gastinitsa in het centrum. Makkelijk te vinden, is groter dan het gemiddelde Shell kantoor, maar de juf in de receptie is wel de meest ongeinterreseerde Russisiche tut tot nog toe. Zonder van haar PC op te kijken roept ze een prijs die ver buiten ons bereik ligt en met tegenzin verwijst ze mij naar een goedkoper etablissement in de buurt. Daar een soortgelijke behandeling, maar ook de botte weigering om ons op te nemen. We moeten ons eerst bij de gemeente registreren. Zottigheid natuurlijk, het is avond en niets werkt meer. Er zijn in Rusland regels, die je verplichten om continu te verantwoorden waar je geweest bent in in principe moet je binnen 3 dagen ter plaatse geregistreerd zijn. De betere hotels doen dat voor je.

Pietro bewaakt de motoren en ik spreek een paar mannen op op een parkbank aan. Lekker in de olie, loopt eentje met me mee naar een appartement waar we voor heeeeel weinig, bij een familielid voor de nacht kunnen blijven. Blijkt een stinkend drugspand te zijn, dus nee dank je wel.

Pietro heeft in de lonely planet gids een hostel gevonden, dat helemaal verstopt ligt. Vinden het natuurlijk wel en het blijkt prachtig. Beheerster spreekt vloeiend Engels (het beste dat we tot nog toe gehoord hebben) en na het naar de 3e etage sjouwen van de de bagage, de motoren twee straten verder in een bewaakte stalling geplaatst. Hostels zijn een soort jeugdhotels en daar tref je weinig Russen. In dit geval logeren er Belgen, Fransen, Engelsen, Duitsers, Finnen, etc etc. waarvan de meeste met de trans siberie express door Asia trekken.

Rijden de volgende dag (met eigen motor) naar het op tachtig kilometer afstand gelegen Baycal meer.

Dit is een zoetwatermeer met een lengte van ruim 700 km en een duizelingwekkende diepte. Hierin is ruim 80% van de zoetwatervoorraad van Rusland opgelslagen dus niet verwonderlijk dat het beschermd wordt tegen vervuiling. Dat was ook nodig, tot voor kort liep er ‘s-winters over het meer een weg, maar nu er op de bodem een bonte verzameling van door het ijs gezakte voertuigen ligt is dat over. De temperatuur van het water is 2 (twee) graden celsius. De rit door de bossen is het zonnig en warm, maar na de laatste heuvel, bij het zien van het meer, slaat plotsteling de kou toe. Het dorpje aan de oever is touristisch en de weg loopt er dood.

Rillend van de kou zetten we de motoren voor een zonnig terrasje, waar twee dames in warme winterjassen thee drinken. Om nog onduidelijk redenen maken ze ons duidelijk dat de houten bank smerig is (niet waar!) en dat we bij hun op de plastic stoelen moeten plaats nemen. Al gauw wordt duidelijk waarom. Met het woordenboek erbij snap ik eindelijk dat Masha (komt ook veel voor) graag een ritje achter op de motor wil maken en dan de koffie betaald. Dus ik rij met hen om de beurt een paar honderd meter op en neer. Masha is dolenthousiast, Olga vind het maar zo zo. Omdat het er zo stervenskoud is, blijven de zwembroeken in de tanktas. Eten bij een buiten staande rokerij (staan veel langs de weg) heerlijke verse vis en nemen wat gedroogde vis mee.

Na de warme hap, wandeling in de stad Irkutzk en fotograferen van de natuur. Dat loopt blond, langbenig en fotogeniek zo maar in het wild rond. (zie Pietro’s blog) Pietro snapt niet hoe ik het doe, waarom ze allemaal zo gewillig poseren. Ik leg hem uit, dat de betere wederhelft van onze soort bij het zien van het grote magische oog van een dikke matzwart spiegelreflex, krassend in de hoge hakken tot stilstand komt en zich dan het liefst wulps van alle kanten wil laten vereeuwigen. Mijn glimlach (nr 5) en een paar vriendelijke woorden en duidelijk onduidelijke bedoelingen zijn daarna voldoende om e.e.a. Realiseren. Hij probeert het ook, maar jammer, zonder resultaat.

Op de eerste plaats hebben die meiden door dat de Italiaan wel eens echt vuige bedoelingen kan hebben. Op de tweede plaats vanwege de camera. Voor zo’n miniding waar niet eens een oculair op zit (dus verplicht met gestrekte armen naar het LCD loeren), dat geen hoorbaar spiegel-klap-op-en-neer-geluid produceert en waar het object zich niet in het bolle glas van de minimaal F1.4 lens kan spiegelen, triggert de basic-instincts van ons liefste probleem op deze aardkloot gewoon niet.

Op die warme avond stoten we bij een park op het ontmoetingspunt van de lokale motor-elite. Op straat wordt gesprint, geremd en een paar dapperen (met splinterniewe foeilijke opzichtige motorpakken) oefenen een stoppie. Blitze meiden zwermen eromheen en drinken wodka. De motorijders betrap ik daar niet op. Fotografeer er lustig op los, maar krijg geen contact met de motorgroep (de dames natuurlijk wel, de natuur is niet tegen te houden).

We be- en verwonderen ons over de motoren en stellen vast dat kentekenplaten zo te zien, optioneel zijn. Op de 35 bikes tel ik zegge en schrijven 4 redelijk zichtbare kentekenplaten en een paar die op een onmogelijk leesbare plek boven het achterwiel gemonteerd zijn. Had eerder al vastgesteld dat ook auto’s in Rusland niet altijd van kentekenplaten voorzien zijn.

Drinken nog een glas bier in het cafe genaamd Bierhaus, dat volledig in Bayerische lederhozenstijl is ingericht, maar waar niemand een woord Duits spreekt en besluiten de volgende dag naar de andere kant van het prachtige Baycal meer te verhuizen.

Het blijft koud en we vinden flink vermoeid zo tegen 20:00h (weer op aanwijzing van de politie) een op geen enkele kaart voorkomend plaatstje Koestina (ofzo) aan de oostkant van het meer. (N51.90228 E106.11911)

Het is een klein nog leeg vakantieressort en de gastinitsa is duur en ongezellig. Rijden daarom met het voorwiel tot aan het water, waar een stoere oude man ons zegt dat we op zijn “camping” kunnen overnachten. Hij is anderhalf uur later (voor ons en twee biertjes in de zon aan het strand) later terug en gooit het hek open. De woest ogende herder aan de looplijn gaat wild te keer, totdat ik naar hem toe loop, dan verdwijnt hij als een bang konijn in zijn hok en wil er ondanks lieve woordjes niet meer uitkomen. Slapen in een klassiek houten vakantiehuis, zonder enige (werkende) voorziening.

Vrijdag’s in de regen naar de grensplaats Kyaktha (N50.35063 E106.45006) en weer een registratieprobleem. Tweede primtieve 0,01 ster gastinitsa, met stalling voor de motoren is goedkoop en doet niet moeilijk. Slapen in een kamer waar nada, njet, nietsjevo aan ventilatie is. Zelfs de ramen zijn dichtgespijkerd., dan maar de deur open. In de morgen is er een jubileumfeest in het door militaire kazernes omgeven plaatsje. Pietro video’t de optocht die mij sterk herinnert aan de jaarlijkse processie uit mijn kindertijd in het katholieke Limburg.

Het is zaterdag, (zondags is de grenspost gesloten) we mogen met de motoren voorkruipen en “rollen” er binnen 2 uur doorheen.

In Rusland deel 2, na de trip door Mongolia, wil ik de Russen in het algemeen wat nader beschouwen.



Next »